Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
27 juni 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen op grond van betrokkenheid bij drugstransporten.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene tegen het hof beoordeeld, waaronder de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in hoger beroep, de juiste maatstaf bij de beoordeling van een tardieve appelschriftuur, het standpunt omtrent de onschuldpresumptie en de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op deze punten in te gaan, omdat de klachten niet leidden tot vernietiging van het arrest.
De conclusie van de advocaat-generaal was eveneens tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 27 juni 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.