Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:987

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2023
Publicatiedatum
26 juni 2023
Zaaknummer
21/02895 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 36e lid 2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij drugstransporten

De zaak betreft een cassatieberoep van de betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen op grond van betrokkenheid bij drugstransporten.

De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene tegen het hof beoordeeld, waaronder de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in hoger beroep, de juiste maatstaf bij de beoordeling van een tardieve appelschriftuur, het standpunt omtrent de onschuldpresumptie en de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op deze punten in te gaan, omdat de klachten niet leidden tot vernietiging van het arrest.

De conclusie van de advocaat-generaal was eveneens tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 27 juni 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02895 P
Datum27 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021, nummer 23-000254-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.J. Smeets, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 juni 2023.