Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
27 juni 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen wegens handel in MDMA en witwassen.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de cassatiemiddelen omdat beantwoording van de gestelde vragen niet vereist was voor de rechtsontwikkeling of eenheid.
De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de transactieberekening versus de kasopstelling voor de berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel, en de vraag of handel in precursoren (PMK) als soortgelijke feiten kon worden aangemerkt voor ontneming.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat handel in PMK strafbaar was en als grondslag kon dienen voor ontneming. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest inzake ontneming blijft in stand.