Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
27 juni 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 augustus 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen.
Het cassatieberoep richt zich uitsluitend op een vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging van de advocaat-generaal die bij de behandeling van de zaak in hoger beroep betrokken was. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2022:1438) waarin dit punt reeds is behandeld en oordeelt dat deze onvolkomenheid geen reden tot cassatie geeft.
De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en bevestigt het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 27 juni 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.