ECLI:NL:HR:2023:999
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in overdrachtsbelastingzaak
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente aan belanghebbende, een Duitse GmbH, werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van de Staatssecretaris beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 1.674 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens is een griffierecht van € 548 geheven van de Staatssecretaris.
De uitspraak werd gedaan door raadsheer Wortel als voorzitter, met raadsheren Cools en Van der Voort Maarschalk, in aanwezigheid van waarnemend griffier Treuren, op 30 juni 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is ongegrond verklaard en deze is veroordeeld in de proceskosten.