Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
9 juli 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake diefstal met braak en inklimming van waardevolle schilderijen uit musea in Laren en Leerdam, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, en het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid XTC-pillen.
De verdachte, geboren in 1962, heeft via zijn advocaat een schriftuur ingediend om het arrest van het hof aan te vechten. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid om een advies uit te brengen over de ontvankelijkheid en inhoud van het beroep.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft daarom op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Kooijmans en Dalebout, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 9 juli 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.