ECLI:NL:HR:2024:1019

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
22/00629
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest gerechtshof in strafzaak met voorwaardelijke taakstraf

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 februari 2022. Namens de verdachte diende advocaat P.F.M. Gulickx een cassatiemiddel in. De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar vond deze onvoldoende voor vernietiging van het hofarrest. Er was geen noodzaak tot motivering omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren achtte de Hoge Raad dit echter niet aanleiding voor een ander rechtsgevolg.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd met een geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00629
Datum9 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 februari 2022, nummer 20-000389-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.F.M. Gulickx, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2024.