Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 juli 2024.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 februari 2022. Namens de verdachte diende advocaat P.F.M. Gulickx een cassatiemiddel in. De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar vond deze onvoldoende voor vernietiging van het hofarrest. Er was geen noodzaak tot motivering omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren achtte de Hoge Raad dit echter niet aanleiding voor een ander rechtsgevolg.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd met een geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren.