ECLI:NL:HR:2024:1083
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering negatief loon en bevestigt waardering vermogensrendementsheffing
Belanghebbende, werknemer bij een werkgever binnen een concern, had in de jaren 2006-2014 certificaten van aandelen in de moedermaatschappij gekocht voor een koopsom van €241.547. Na verkoop van de aandelen in januari 2017 ontving zij €95.397,14, waardoor zij een verlies van circa €146.150 leed.
De Inspecteur nam de certificaten mee in het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen en negeerde het verlies bij de vaststelling van het inkomen uit werk en woning. Het Hof oordeelde dat er geen fiscaal relevant causaal verband bestaat tussen de certificaten en de dienstbetrekking, en dat het verlies niet als negatief loon kan worden beschouwd omdat het voortkomt uit waardedaling los van de dienstbetrekking.
Belanghebbende stelde dat de waarde van de certificaten op 1 januari 2017 op nul moest worden gesteld vanwege het ontbreken van verkoopbaarheid, en dat het voordeel uit sparen en beleggen beperkt moest worden tot de daadwerkelijk genoten rente. Het Hof wees dit af, maar verleende rechtsherstel door het voordeel te beperken tot de rente van €62.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van belanghebbende tegen de waardering van de certificaten en het niet erkennen van negatief loon, en verwierp tevens het beroep van de Staatssecretaris tegen het rechtsherstel. De uitspraak van het Hof blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart beide cassatieberoepen ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof.