Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
5.Beslissing
3 september 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over faillissementsfraude. De verdachte, bestuurder van een failliete rechtspersoon, werd verweten zonder geldige reden opzettelijk weg te blijven en te weigeren vereiste inlichtingen te geven aan de curator en rechter-commissaris.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte wettelijk opgeroepen was tot het geven van inlichtingen, maar de Hoge Raad stelt dat het enkele bestaan van een wettelijke verplichting niet automatisch betekent dat de verdachte ook wettelijk is opgeroepen. Desondanks leidt dit niet tot cassatie omdat uit de bewijsvoering blijkt dat de curator de verdachte conform de faillissementswet heeft opgeroepen.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn is overschreden door vertraging in de inzending van stukken, wat de Hoge Raad aanleiding geeft om de opgelegde gevangenisstraf te verminderen. De straf wordt verminderd van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, naar vijf maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk.