Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
3 september 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte is veroordeeld voor het vervoeren van heroïne, het voorhanden hebben van cocaïne en witwassen. Het hof heeft onder meer een inbeslaggenomen kogelwerend vest aan het verkeer onttrokken op grond van artikel 36c Sr, stellende dat het vest geheel of grotendeels uit baten van de bewezen feiten was verkregen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd op welke wijze het kogelwerend vest uit misdaadbaten is verkregen. Zonder nadere motivering is niet inzichtelijk hoe het vest geheel of gedeeltelijk uit opbrengsten van de bewezen feiten afkomstig zou zijn. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor zover het de onttrekking aan het verkeer van het vest betreft.
De overige klachten van de verdachte worden verworpen en het hofarrest blijft in stand. De zaak wordt niet terugverwezen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 3 september 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de onttrekking aan het verkeer van het kogelwerend vest wegens onvoldoende motivering en verwerpt het beroep voor het overige.