ECLI:NL:HR:2024:1146

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2024
Publicatiedatum
6 september 2024
Zaaknummer
22/01410
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.2 SrArt. 36e.8 SrArt. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest over verrekening vorderingen bij profijtontneming uit hennepteelt

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene, die betrokken was bij hennepteelt.

Het geschil spitst zich toe op de vraag of het hof terecht heeft geoordeeld dat de bij onherroepelijk arrest toegekende vorderingen van de benadeelde partij (netbeheerder) niet in mindering behoorden te worden gebracht op het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel is geschat, omdat niet was gebleken dat deze vorderingen waren voldaan.

De advocaat-generaal concludeerde dat het hof hiermee een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd, omdat volgens de oude regeling van artikel 36e.8 Sr (zoals van toepassing op feiten van vóór 1 januari 2014) niet vereist is dat de vordering reeds is voldaan om tot verrekening te kunnen overgaan.

De Hoge Raad volgt deze conclusie, vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting en beslissing. Hiermee wordt bevestigd dat bij profijtontneming de verrekening van in rechte toegekende vorderingen niet afhankelijk is van daadwerkelijke voldoening, mits de feiten zich hebben voorgedaan voor de wetswijziging van 2014.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting met correcte verrekening van vorderingen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01410 P
Datum10 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 13 april 2022, nummer 22-001160-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte de bij onherroepelijk arrest toegekende vorderingen van de benadeelde partij niet in mindering heeft gebracht op de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel is geschat.
2.2
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 7 tot en met 10.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 september 2024.