Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
10 september 2024.
Hoge Raad
In deze jeugdzaak stond de verdachte terecht voor seksueel misbruik van zijn adoptiezusje toen zij jonger dan 12 jaar was en toen zij tussen 12 en 16 jaar oud was, zoals omschreven in de oude artikelen 244 en 245 Sr. De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaarde hem schuldig op basis van de verklaring van het adoptiezusje en aanvullend bewijs.
De verdachte stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was omdat het hof uitsluitend had vertrouwd op de verklaring van één getuige, hetgeen volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro niet is toegestaan zonder voldoende steunbewijs. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verklaring van het adoptiezusje voldoende werd ondersteund door andere feiten, zoals de aanwezigheid van de verdachte 's nachts op haar kamer en gedragingen die het misbruik bevestigen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar vond dit in het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden geen aanleiding tot andere rechtsgevolgen. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en verwerpt het cassatieberoep tegen de veroordeelde geheel voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden.