Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
17 september 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een beslissing van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) waarbij aan de aanvrager een administratieve sanctie is opgelegd wegens het afslaan zonder richting aan te geven. De sanctie bedroeg aanvankelijk €106,50 en werd later verhoogd naar €204.
De Hoge Raad beoordeelt dat de beslissing van het CJIB geen uitspraak van een rechter in Nederland is en daarom niet kwalificeert als een uitspraak in de zin van artikel 457 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de Hoge Raad de aanvraag tot herziening niet in behandeling nemen, conform artikel 465 lid 1 Sv Pro.
De Hoge Raad verklaart daarom de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 17 september 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat het geen rechterlijke uitspraak betreft.