Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
30 januari 2024.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2021. Echter zijn er geen cassatiemiddelen ingediend door de advocaat van de verdachte binnen de voorgeschreven termijn, zoals vereist door artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep niet in behandeling kan nemen vanwege deze niet-naleving. De Hoge Raad heeft daarop het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld, en het arrest van het gerechtshof daarmee in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 30 januari 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.