Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 september 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Ancona cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende de uitleg van een overeenkomst die onder Kroatisch recht valt. Het geschil betreft de uitleg van de overeenkomst en de grenzen van de rechtsstrijd zoals geregeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft de klachten van Ancona beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en Ancona veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een totaal van €5.045,-- vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. De uitspraak is gedaan door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Ancona wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.