Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
17 september 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een 62-jarige eigenaar van een viswinkel die wordt verdacht van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes van 11 en 15 jaar die bij hem werkzaam waren. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hem in hoger beroep schuldig bevonden.
De verdachte stelde in cassatie meerdere middelen aan de orde, waaronder de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefsters en getuigen, en de toepassing van de schakelbewijsconstructie. De Hoge Raad heeft deze middelen onderzocht aan de hand van de conclusies van de advocaat-generaal en het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefsters en getuigen. Ook de motivering van het hof voor het verwerpen van bewijsuitsluitingsverweren is voldoende. De schakelbewijsconstructie is door het hof terecht toegepast gezien de specifieke overeenkomsten in het patroon van handelen van de verdachte.
Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2022, waarin de verdachte werd veroordeeld voor ontucht met twee minderjarige meisjes.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor ontucht met twee minderjarige meisjes.