ECLI:NL:HR:2024:1227

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2024
Publicatiedatum
13 september 2024
Zaaknummer
22/02014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 sub 5 SrArt. 359 lid 2 SvArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert taakstraf wegens termijnoverschrijding na cassatie in diefstalzaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal en diefstal met valse sleutels. In eerste aanleg was verdachte vrijgesproken. Het hof verwierp het verweer dat de persoon op de pinautomaatbeelden niet verdachte was, onderbouwd met verschillen in kleding en uiterlijk, en achtte de gelijkenis voldoende bewezen.

Het cassatiemiddel stelde dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde verweer over de bewijsvoering. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie leidt, mede gelet op de uitgebreide motivering in het aanvullend proces-verbaal.

De Hoge Raad stelde echter vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden. Dit leidde tot ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren naar 143 uren, en de vervangende hechtenis van 75 dagen naar 71 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de inhoudelijke veroordeling in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf van 150 naar 143 uren en de vervangende hechtenis van 75 naar 71 dagen wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02014
Datum15 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2022, nummer 23-002873-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid Pro 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de bewijsbaarheid van het aan de verdachte tenlastegelegde feit, in het bijzonder over de verschillen in de kleding en in het uiterlijk van enerzijds de persoon die is waargenomen op de beelden van de pinautomaat en anderzijds de daarna door de politie opgenomen beelden van de verdachte.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal, waarbij de Hoge Raad acht heeft geslagen op de bewijsmiddelen die het hof heeft opgenomen in de ‘aanvulling verkort arrest’.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 143 uren beloopt, subsidiair 71 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 oktober 2024.