ECLI:NL:HR:2024:1244
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake dividendbelastingbeschikkingen heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 20 september 2024 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en blijft de uitspraak over de dividendbelastingbeschikkingen ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.