ECLI:NL:HR:2024:1268
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake beschikkingen over dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en een voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Vanwege artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat beantwoording van de klachten niet van belang is voor de rechtseenheid of -ontwikkeling.
Het voorwaardelijke incidentele beroep vervalt omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidt. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.