ECLI:NL:HR:2024:1270
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De zaak betreft beschikkingen van de Staatssecretaris van Financiën inzake dividendbelasting. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak.
De Hoge Raad heeft besloten niet nader te motiveren omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Het voorwaardelijke incidentele beroep van de Staatssecretaris vervalt omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidt, in lijn met artikel 8:112, lid 2, Awb.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. De uitspraak is gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijke incidentele beroep vervalt.