ECLI:NL:HR:2024:1275
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelasting
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hoger beroep was ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over beschikkingen inzake dividendbelasting, cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende over het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt de stand van zaken inzake de dividendbelastingbeschikkingen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.