ECLI:NL:HR:2024:1276
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende beschikkingen inzake dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft ervoor gekozen niet in te gaan op de inhoudelijke gronden van het beroep, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hierdoor is motivering achterwege gebleven.
Ook heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 20 september 2024 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard zonder inhoudelijke motivering.