ECLI:NL:HR:2024:1277
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake beschikkingen over dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en een voorwaardelijk incidenteel beroep ingesteld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidt, vervalt het voorwaardelijke incidentele beroep. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
De uitspraak is gedaan door de Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, op 20 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijke incidentele beroep vervalt.