ECLI:NL:HR:2024:1279
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 september 2023, dat op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over beschikkingen inzake dividendbelasting.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hofarrest beoordeeld maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Hierbij is overwogen dat het niet nodig is om de motivering te geven omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het voorwaardelijke incidentele beroep van de Staatssecretaris van Financiën vervalt omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidt. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.