ECLI:NL:HR:2024:1294

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
25 september 2024
Zaaknummer
23/01852
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 445 SvArt. 551a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking tot ontruiming kraakpand

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de rechtbank Den Haag tot verlening van een machtiging tot ontruiming van een kraakpand op grond van artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering. Vervolgens werd door de betrokkene een cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad tegen deze beschikking.

De Hoge Raad heeft onderzocht of het cassatieberoep ontvankelijk is. Op grond van artikel 445 Sv Pro is cassatieberoep alleen mogelijk tegen beschikkingen in de gevallen die in het Wetboek van Strafvordering zijn bepaald. In dit geval is er geen wettelijke bepaling die cassatie tegen deze specifieke beschikking openstelt, noch in het Wetboek van Strafvordering noch in enige andere wet.

Daarom kon de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling nemen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De advocaat-generaal had eveneens geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor cassatie tegen de beschikking tot ontruiming van een kraakpand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01852 B
Datum24 september 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022, nummer RK 22/016612, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat in 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op grond van artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Dat wetboek bevat geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen een beschikking als deze. Zo’n bepaling is ook in een andere wet niet te vinden. Daarom kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de betrokkene niet in behandeling nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 september 2024.