Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
1 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022. De verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, en het beschadigen van een reclamebord en een auto.
De advocaat van de verdachte stelde verschillende cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over de bewijsvoering en de toepassing van noodweerexces en psychische overmacht. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot motivering omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.
Het arrest bevestigt de strafmotivering en de straf van 30 maanden gevangenisstraf. De Hoge Raad gaat ook in op de taak van de Hoge Raad met betrekking tot het bekijken van beeld- en geluidsopnamen onder het huidige en toekomstige recht. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de straf van 30 maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.