ECLI:NL:HR:2024:1302

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
22/03646
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 26 lid 1 WWMArt. 350 lid 1 SrArt. 41 lid 2 SrArt. 40 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging tot doodslag en vuurwapenbezit

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022. De verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, en het beschadigen van een reclamebord en een auto.

De advocaat van de verdachte stelde verschillende cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over de bewijsvoering en de toepassing van noodweerexces en psychische overmacht. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot motivering omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest bevestigt de strafmotivering en de straf van 30 maanden gevangenisstraf. De Hoge Raad gaat ook in op de taak van de Hoge Raad met betrekking tot het bekijken van beeld- en geluidsopnamen onder het huidige en toekomstige recht. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de straf van 30 maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03646
Datum1 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022, nummer 21-000155-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J. Tieman, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2024.