ECLI:NL:HR:2024:1310
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is door belanghebbende afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan.
Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven met de mogelijkheid om aan te geven waarom het griffierecht niet betaald was, ook deze brief is afgehaald. Belanghebbende heeft echter geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Boerlage en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.