ECLI:NL:HR:2024:1329
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende, handelend onder de naam V.O.F. [A], stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 22 december 2022. Deze uitspraak betrof hoger beroep tegen eerdere uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland over navorderingsaanslagen en aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de jaren 2011 tot en met 2013, alsmede bijbehorende boetebeschikkingen.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 27 september 2024 door de raadsheren Feteris, Wortel en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.