ECLI:NL:HR:2024:1332
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetes
Belanghebbende, handelend onder de naam V.O.F. [A], maakte beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 december 2022. Het geschil betrof navorderingsaanslagen en aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2011 tot en met 2013, alsmede boetebeschikkingen opgelegd voor de jaren 2011 en 2012.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft van kracht.