ECLI:NL:HR:2024:1338
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 januari 2023 beroep in cassatie ingesteld. Het geschil betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017, alsmede de navorderingsaanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Boerlage en Van der Voort Maarschalk op 27 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.