Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. Voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep had een niet-gemachtigde raadsvrouw per e-mail een verzoek tot aanhouding van de behandeling ingediend, dat tijdens de terechtzitting werd herhaald met het argument dat verdachte ziek was. Het hof wees dit verzoek af omdat het de verhindering door ziekte niet aannemelijk achtte.
De Hoge Raad oordeelt, verwijzend naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2024:1387), dat het middel slaagt. Het hof heeft ten onrechte het verzoek tot aanhouding van de behandeling afgewezen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing.
De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 8 oktober 2024. De advocaat-generaal had eveneens geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van verzoeken tot aanhouding van de behandeling, zeker wanneer ziekte van verdachte wordt aangevoerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.