ECLI:NL:HR:2024:1388

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
3 oktober 2024
Zaaknummer
22/04777
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 2.C Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onterecht afgewezen verzoek tot aanhouding van behandeling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. Voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep had een niet-gemachtigde raadsvrouw per e-mail een verzoek tot aanhouding van de behandeling ingediend, dat tijdens de terechtzitting werd herhaald met het argument dat verdachte ziek was. Het hof wees dit verzoek af omdat het de verhindering door ziekte niet aannemelijk achtte.

De Hoge Raad oordeelt, verwijzend naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2024:1387), dat het middel slaagt. Het hof heeft ten onrechte het verzoek tot aanhouding van de behandeling afgewezen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing.

De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 8 oktober 2024. De advocaat-generaal had eveneens geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van verzoeken tot aanhouding van de behandeling, zeker wanneer ziekte van verdachte wordt aangevoerd.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04777
Datum8 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 december 2022, nummer 20-000785-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/04776, ECLI:NL:HR:2024:1387.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2024.