ECLI:NL:HR:2024:1420

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
10 oktober 2024
Zaaknummer
23/04237
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake bestuurdersaansprakelijkheid vastgoeddoorverkoop

In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 augustus 2023, waarin het hof een geschil over bestuurdersaansprakelijkheid bij doorverkoop van vastgoed behandelde. De procedure kende een uitgebreid traject met eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en arresten van het hof.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser over het arrest van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat het oordeel geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil zijn begroot aan de zijde van Evemij. Hiermee wordt het arrest van het hof definitief bevestigd en blijft de aansprakelijkheid van bestuurders zoals vastgesteld in de eerdere instanties gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04237
Datum11 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
EVEMIJ B.V.,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Evemij,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/202315 / HA ZA 20-243 van de rechtbank Noord-Nederland van 30 juni 2021 en 2 maart 2022;
b. de arresten in de zaak 200.310.712/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022 en 1 augustus 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 1 augustus 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Evemij is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Evemij begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
11 oktober 2024.