ECLI:NL:HR:2024:1436

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
11 oktober 2024
Zaaknummer
23/04151
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over bancaire zorgplicht en opzegging relatie bij virtuele valuta

In deze zaak stond de bancaire zorgplicht centraal, waarbij Rabobank de relatie met Decos beëindigde vanwege het niet verkopen van virtuele valuta zoals bitcoin, in het kader van het beleid ter naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Rabobank stelde in cassatie dat het hof Arnhem-Leeuwarden onjuist had geoordeeld over de toepassing van de algemene bankvoorwaarden en de belangenafweging bij de opzegging van de relatie. Decos verzette zich tegen het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van Rabobank beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en Rabobank veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 25 juli 2023 in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Rabobank wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04151
Datum11 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Rabobank,
advocaten: J.W.M.K. Meijer en M.H.K. Jansen,
tegen
1. DECOS BEHEER B.V.,
gevestigd te Leiden,
2. DECOS BLOCKCHAIN B.V.,
gevestigd te Noordwijk,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Decos,
advocaat: J.H.M. van Swaaij.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/520848 / HA ZA 21-299 van de rechtbank Midden-Nederland van 30 maart 2022;
b. de arresten in de zaak 200.312.434 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2022 en 25 juli 2023.
Rabobank heeft tegen het arrest van het hof van 25 juli 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Decos heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Rabobank mede door E.C.L. van de Langerijt.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Rabobank hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Decos begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rabobank deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
11 oktober 2024.