Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
15 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 april 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van 330 kilogram gedroogde hennep in de woning.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad hoeft dit niet nader te motiveren omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot 409 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 409 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.