Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
2 februari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek van de levensgezel van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van een kind geboren uit kunstmatige bevruchting. De moeder had zelfstandig een traject van kunstmatige inseminatie en IVF doorlopen, waarbij de levensgezel pas later betrokken raakte.
De rechtbank had het verzoek toegewezen, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees het verzoek af. Het hof oordeelde dat de levensgezel niet had ingestemd met de daad die de verwekking tot gevolg kon hebben gehad, omdat de moeder de beslissing tot zwangerschap al had genomen voordat de levensgezel in beeld kwam en het traject zelfstandig had doorlopen. De levensgezel was weliswaar aanwezig bij de terugplaatsing van embryo’s, maar had geen invloed gehad op de eerdere medische handelingen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat instemming met de daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad in geval van kunstmatige bevruchting het gehele traject omvat en dat instemming pas kan worden aangenomen als sprake is van een gezamenlijke keuze om op deze wijze een kind te krijgen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de levensgezel geen instemming heeft gegeven met de daad die de verwekking tot gevolg kon hebben gehad, waardoor het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning wordt afgewezen.