Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.Beslissing
2 februari 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of de overheidsrechter bevoegd is om kennis te nemen van een ontslagzaak die valt onder een arbitragebeding. Verzoeker stelde dat de toepassing van artikel 1022 Rv Pro in combinatie met artikel 6 en Pro 13 EVRM en artikel 17 Grondwet Pro onjuist was. De zaak betrof een arbeidsrechtelijk geschil tussen verzoeker en EY Advisory Netherlands LLP.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verzoeker en het incidentele cassatieberoep van EY Advisory beoordeeld. De klachten over de beschikking van het gerechtshof konden niet leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van verzoeker verworpen en hem veroordeeld in de kosten van het geding, evenals het incidentele beroep van EY Advisory, dat eveneens werd verworpen en veroordeeld in de kosten. Hiermee is bevestigd dat de overheidsrechter onbevoegd is bij ontslagzaken die onder een arbitragebeding vallen, en dat volledige proceskostenvergoeding niet wordt toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt de onbevoegdheid van de overheidsrechter bij ontslagzaken met arbitragebeding.