ECLI:NL:HR:2024:1520

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
23/00135
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 180 SrArt. 359a SvArt. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak openlijke geweldpleging en wederspannigheid tijdens coronarellen

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging door het gooien van vuurwerk naar politieagenten tijdens coronarellen en wederspannigheid. Het hof Den Haag oordeelde eerder dat er sprake was van vormverzuim omdat de camerabeelden niet meer beschikbaar waren, maar dat dit niet leidde tot aantasting van het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

De verdachte stelde in cassatie dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het ontbreken van de camerabeelden, gebaseerd op artikel 359a Sv. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat het oordeel geen belang heeft voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen, waarmee het arrest van het hof Den Haag in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare zitting op 3 december 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor openlijke geweldpleging en wederspannigheid blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00135
Datum3 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 januari 2023, nummer 22-003550-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben S.A.H. Vromen en J.S. Nan, beiden advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman J.S. Nan heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2024.