Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 mei 2022, waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen aan de betrokkene wegens medeplegen bij het beschikbaar stellen en verhandelen van grote hoeveelheden inloggegevens.
De betrokkene stelde in cassatie dat het hof onrechtmatig had gehandeld, onder meer door onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig is om de motivering nader toe te lichten vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hoewel de redelijke termijn van behandeling is overschreden, leidt dit niet tot een ander rechtsgevolg in deze ontnemingszaak.
Het beroep wordt verworpen en de uitspraak van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.