Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2022 in een zaak over mishandeling met zwaar lichamelijk letsel. De klachten van de verdachte konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, zodat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de klachten hoefde in te gaan.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds de indiening van het beroep. Gezien de opgelegde taakstraf van zestig uren, waarvan dertig uren voorwaardelijk, acht de Hoge Raad het voldoende om dit vast te stellen zonder verdere rechtsgevolgen te verbinden aan de termijnoverschrijding.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 5 november 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de redelijke termijn is overschreden zonder verdere gevolgen.