Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan het witwassen door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en pinpas. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Er was geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het cassatieberoep, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, was overschreden. Gezien de geringe strafmaat van één maand vond de Hoge Raad dit echter niet aanleiding om een ander rechtsgevolg te verbinden.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen, gevangenisstraf van één maand bevestigd.