ECLI:NL:HR:2024:1539

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2024
Publicatiedatum
24 oktober 2024
Zaaknummer
23/04443
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele zaak over non-conformiteit en adviesverplichting verkoper

In deze civiele zaak stond centraal of de verkoper, Gasco Nederland N.V., aansprakelijk kon worden gehouden voor non-conformiteit van een geleverd product en of hij tevens instond voor het advies van de leverancier. Eiser, handelend onder de naam A, had tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De zaak betreft een verbintenissenrechtelijk geschil over de uitleg van non-conformiteit onder artikel 7:17 BW Pro en de reikwijdte van de aansprakelijkheid van de verkoper ten aanzien van advies van derden.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04443
Datum25 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [A],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
GASCO NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Delft,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Gasco,
advocaat: R.T. Wiegerink.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/594232 / HA ZA 20-556 van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2021 en 7 juli 2021;
b. het arrest in de zaak 200.303.961/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2023.
[A] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Gasco heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Gasco toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [A] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [A] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gasco begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [A] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
25 oktober 2024.