ECLI:NL:HR:2024:1570
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Rotterdam
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd behandeld over een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk op 1 november 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof bevestigd.