ECLI:NL:HR:2024:1589

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
23/02229
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e lid 3 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming uit handel in verdovende middelen en witwassen

De betrokkene werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit handelen in verdovende middelen en witwassen. Het hof maakte gebruik van de methode van eenvoudige kasopstelling conform artikel 36e lid 3 Sr om de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel te bepalen.

De betrokkene voerde in cassatie onder meer aan dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onbegrijpelijk was, met name met betrekking tot de post 'extra (contante) uitgaven voor voeding'. Tevens stelde hij dat de aanschafwaarde van de aan het verkeer onttrokken verdovende middelen in mindering gebracht moest worden op de betalingsverplichting.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02229 P
Datum12 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 6 juni 2023, nummer 22-000656-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat in Schiphol, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 november 2024.