Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
12 november 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van lokaalvredebreuk bij een demonstratie bij een pensioenfonds. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld, maar in cassatie werd het verweer gevoerd dat de strafvervolging onverenigbaar was met de artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), die het recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering beschermen.
De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om het arrest van het hof te vernietigen en de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. De Hoge Raad volgde dit advies en sloot daarbij aan bij de overwegingen in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2024:1623). Tevens stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar verbond daaraan geen verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor zover het ging om de strafbaarverklaring en strafoplegging en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging. Hiermee werd de strafvervolging beëindigd vanwege schending van fundamentele rechten en overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens strijd met EVRM en overschrijding redelijke termijn.