Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Gutachters, voor afwijking van de garantiehuurprijs. Westinvest heeft voorts gesteld dat aanvaarding van een lagere huurprijs dan de garantiehuurprijs zou leiden tot een neerwaartse aanpassing van de beleggingswaarde van het kantoorgebouw, terwijl bij het door de
Gutachtersgehanteerde waarderingssysteem onverhuurd oppervlak geen negatief effect voor de waarde had. (rov. 7.13)
Dat Westinvest op grond van Duitse beleggingswetgeving toestemming van gespecialiseerde Duitse taxateurs, zogenaamde Gutachters, moest hebben voor afwijking van de garantiehuur, komt in de verhouding met [verweerster 1] voor rekening en risico van Westinvest.” Dit oordeel is in cassatie niet aangevochten, zodat het hof hiervan uitgaat.
Gutachtersstuitten, hoewel deze (onder)huurovereenkomsten deels buiten de huurgarantietermijn konden doorlopen en de (onder)huurprijs beneden de garantiehuurprijs lag. (rov. 7.15)
Slotsom ten aanzien van de uitvoering van de huurgarantie
3.Beoordeling van het middel in het principaal beroep
4.Beslissing
15 november 2024.