Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
19 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een mishandeling door een vrouw na een woordenwisseling in een supermarkt, waarbij de verdachte de aangeefster onderuit trapte. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken op grond van noodweer. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat het handelen van de verdachte, na het aanvankelijke spugen, niet proportioneel was, maar bevestigde de vrijspraak.
De verdachte ging op de aangeefster af en spuugde in haar richting, waarna de aangeefster met een tas tegen de auto van de verdachte sloeg. Het hof stelde vast dat het vervolg van het handelen van de verdachte (duwen en trappen) niet passend was, maar dat het eerdere gedrag van de aangeefster een aanval vormde waarop de verdachte mocht reageren. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen, waarbij het noodweerverweer niet tot cassatie leidt.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar gezien de opgelegde taakstraf van tachtig uur werd hieraan geen ander rechtsgevolg verbonden. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere vrijspraak en sluit het cassatieproces af.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt vrijspraak wegens noodweer na incident in supermarkt.