ECLI:NL:HR:2024:1704

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
19 november 2024
Zaaknummer
23/02186
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 311.1.5 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuist verstek bij afwezigheid verdachte door detentie

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor auto-inbraken en autodiefstal. Op de terechtzitting van 15 mei 2023 was de verdachte niet verschenen, noch zijn raadsman, waarna het hof verstek verleende en het onderzoek vervolgde. De dagvaarding was rechtsgeldig betekend aan een medewerker van het openbaar ministerie, omdat de verdachte niet thuis was en de dagvaarding niet was afgehaald op het postkantoor.

In cassatie werd een bevel tot bewaring overgelegd waaruit bleek dat de verdachte tijdens de terechtzitting in hoger beroep gedetineerd was in verband met een andere strafzaak, zonder dat het hof hiervan op de hoogte was. De Hoge Raad oordeelde dat het vermoeden van vrijwillige afstand van het recht op aanwezigheid niet opging, omdat de verdachte fysiek verhinderd was aanwezig te zijn.

Gezien het grote belang van het recht van de verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en wees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling in hoger beroep waarbij de verdachte aanwezig kan zijn. Dit waarborgt een eerlijk proces en het recht op hoor en wederhoor.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt teruggewezen voor nieuwe berechting in aanwezigheid van verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02186
Datum26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 mei 2023, nummer 22-002771-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. van den Boogert, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Den Haag teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2.1
Bij de stukken bevinden zich:
a. een akte van uitreiking die inhoudt dat de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2023 op 27 maart 2023 is uitgereikt aan de medewerker van het openbaar ministerie, omdat er op het in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen adres van de verdachte niemand aanwezig of bereid was de dagvaarding aan te nemen en de dagvaarding ook niet was afgehaald op het postkantoor nadat daarvan een bericht van aankomst was achtergelaten.
b. het proces-verbaal van die terechtzitting dat inhoudt dat daar de verdachte niet is verschenen en ook niet een raadsman, dat tegen de verdachte verstek is verleend en dat het onderzoek is gesloten.
2.2.2
In cassatie is – door aanhechting aan de schriftuur – overgelegd een bevel tot bewaring van de verdachte, afgegeven door de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2023.
2.3
Als de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in de BRP, geldig is betekend (uitgereikt) en de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen en zijn raadsman ook niet, kan de rechter – behalve bij duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht. De mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak in verband met een andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit de rechter bekend was.
2.4
Aan de herkomst en betrouwbaarheid van het stuk dat in cassatie is overgelegd, behoeft in redelijkheid niet te worden getwijfeld. Uit dat stuk moet worden afgeleid dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep in verband met een andere zaak was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2023 te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die terechtzitting geen raadsman aanwezig was, is de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn aanwezigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2024.