Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
6 februari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarbij de verdachte werd veroordeeld voor meermalen medeplegen van witwassen. Het beroep is ingesteld door de verdachte en behandeld door de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten over het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest leiden. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden door late inzending van stukken door het hof en de lange duur van de cassatieprocedure.
Ondanks deze overschrijding heeft de Hoge Raad geoordeeld dat, gelet op de opgelegde taakstraf van tachtig uren, geen aanleiding bestaat om aan deze termijnoverschrijding rechtsgevolgen te verbinden. Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het hofarrest blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn; de opgelegde taakstraf blijft gehandhaafd.