Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
22 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen meerdere verzekeraars en Banketbakkerij Horizon B.V. over de dekking en uitleg van een verzekeringsovereenkomst. De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam, waarna het gerechtshof Den Haag een arrest wees. De verzekeraars stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, terwijl Horizon een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verzekeraars beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep behoeft daarom geen behandeling.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verzekeraars verworpen en hen veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van €3.057,-- vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verzekeraars wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.