Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
6 februari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel door een minderjarige te bewegen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie, alsmede het vervaardigen van kinderporno. Het hof Arnhem-Leeuwarden had op 17 januari 2023 een arrest gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld.
In cassatie werden onder meer klachten geuit over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster en de redelijke termijn in hoger beroep. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad heeft dit advies gevolgd. Het beroep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 6 februari 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.