Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 november 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 26 november 2024 uitspraak gedaan in een cassatiezaak tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betreft meerdere woninginbraken en pogingen daartoe, gepleegd in december 2022. De verdachte werd onder meer verweten op verschillende adressen inbraken en pogingen tot inbraak te hebben gepleegd.
Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van camerabeelden en andere bewijsstukken, waarbij het onder meer oordeelde dat de verdachte te zien was op beelden van deurbelcamera's en dat hij pleger was van verschillende woninginbraken en pogingen daartoe. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen de bewezenverklaringen en de strafoplegging.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat de verdachte te zien was op camerabeelden bij de poging tot woninginbraak op een adres waar een ruit was geforceerd. Ook werd de bewezenverklaring van die poging bevestigd. Echter, het hof had onvoldoende onderbouwd dat de verdachte pleger was van een woninginbraak op een ander adres waar alleen zijn aanwezigheid in de nabijheid was vastgesteld binnen een tijdvak van vier uur. Ook de bewezenverklaring van een poging tot woninginbraak op een ander adres werd vernietigd wegens gebrek aan nadere vaststellingen over het tijdvak en de waarnemingen op de camerabeelden.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bewezenverklaringen en de strafoplegging voor die feiten en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt deels de bewezenverklaring en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.